PHOTO-2021-04-20-21-34-23 4.jpg

Farm Little Creek

Wallischer Schwarznase

Valois Blacknose Sheep

Het Walliser Schwarznase schaap is afkomstig uit de hoge bergen van Zwitserland in het kanton Wallis. Al in de 15e eeuw werd gesproken over een “Kupferschaf” dat daar rondliep. Het ras werd officieel erkend in 1962. Het Walliser Schwarznase schaap behoort tot de bergschaaprassen en heeft een gelijkmatige wolgroei over het gehele lichaam. De hoorns en de kleurkenmerken bepalen de typische verschijning van het schaap. Het Walliser Schwarsznase schaap heeft een harmonische, robuuste en forse lichaamsbouw.


 

1 extra.jpeg

Geschiedenis

Over het ontstaan van het Walliser schwarznase schaap zijn erg weinig geschreven documenten beschikbaar. Door middel van mondelinge overlevering is er sprake van ′Kupferschafen′, die in grote getale rond 1550 op de weilanden rond Oberwallis graasden. Diezelfde overlevering stelt dat uit deze ′Kupferschafen′ de ′Älwen′, i.e. gehoornde schapen met bruine wol, afstamden. Men vermoedt dat door de mix van deze dieren met andere nog onbekende wittere rassen, de directe SN-voorouders met hun kenmerkende tekening ontstonden. Het nieuwe ras werd toen bekend als de ′schwarznasige schafen von Vispertal′, wat suggereert dat toen reeds de zwarte neus een belangrijk kenmerk was en er voornamelijk gefokt werd in streek van Boven-Wallis.

In een wetdocument uit 1884, genaamd de ″de uitvoeringsbesluiten inzake de wet van 24 november ter verbetering van groot- en kleinvee″, werd het SN-schaap voor het eerst vermeld en erkend als een officiëel goedgekeurd schapenras. Het doel van dit document was een verhoging te bekomen van de groei en wolopbrengst van de verschillende inheemse schapenrassen. Teneinde dit fokdoel te bereiken, werden de dieren onder meer gekruist met buitenlandse rassen (bvb. Engelse South Down schaap), wat echter slechts een matig succes kende. Al snel werd teruggegrepen naar zuivere SN-dieren, waarvan kenmerken als sterk vruchtbaar, goed bestand tegen het barre bergklimaat van Wallis, goede vleeskwaliteit en efficiënte voedselinname zich gedurende eeuwen hadden geperfectioneerd. De SN-wol is ruwer en grover dan die van de andere schapenrassen. Dit kenmerk was zeer belangrijk aangezien het merendeel van de wol door de boeren zelf verwerkt werd. De ruwe wol kon eenvoudiger en met minder inspanning bewerkt worden met de toen beschikbare werktuigen. De ruwheid van de wol zorgt ook voor stabielere en sterkere wolproducten.

De eerste SN-coöperatie werd opgericht aan het begin van de 20ste eeuw in Naters. Sindsdien is het aantal verenigingen gestegen naar 47 en werd in 1948 een overkoepelende organisatie boven de doopvont gehouden, nl. het Oberwalliser Schwarznasen schafzuchtverband.

 

Geografie

Het kanton Wallis is het derde grootste en het negende dichtstbevolkte kanton in Zwitserland (wat 26 kantons telt). Het is een bergachtig gebied, gelegen in het hart van de Zwitserse Alpen. De rivier de Rhône vormt de ruggengraat van het kanton, dat zich vanaf haar bron tot haar monding in het meer van Genève uitstrekt. Het kanton is zeer divers, opgebouwd uit vlaktes, bergen, gletsjers, meren, bossen en rotsen.

Een Duits dialect genaamd "Wallisertitsch" wordt gesproken in het gebied in de buurt van de Rhône-gletsjer (Oberwallis). In deze streek is de geschreven en academische taal Duits. In de omgeving van het meer (Unterwallis) wordt de Franse taal gesproken, geschreven en gebruikt in de academische wereld. De 13 sterren op de rode en witte achtergrond van de officiële vlag van het kanton symboliseren de 13 districten van het kanton.

 

Rasstandaard:

1. Hoofd en hals: korte en robuuste kop, brede mond, voorhoofd met Romeinse

neus, oren symmetrisch centraal ingepland, een uitgesproken kop bij de rammen, , een korten en goed gespierde nek.

2. Horens, spiraalvormig en goed gescheiden in horizontale richting, een occasionele zwarte streep wordt getolereerd

3. Kleur gezicht: zwarte verkleuring van de neus naar het midden van het hoofd, zwarte omlijning van de ogen aan beide zijde verbonden met de verkleuring van de neus, zwarte oren

4. knieën en enkels: uniforme zwarte vlekken op de enkels en de voorzijde van de knieën

5. Borst, schouder en schoft: brede en diepe borst, nauwe aansluitende schouders, brede en gesloten schoft, goede wolgroei op de ribben, schofthoogte ooi (ouder dan 2 jaar) 72-78cm, schofthoogte ram (ouder dan 2 jaar) 75-83cm

6. Rug en lende: lange, rechte en brede rug, brede lende

7. algemeen: een harmonieuze, robuuste en grote ingelijste lichaamsbouw, gewicht ouder dan 2 jaar ooi 

70-90 kg, ram 80 - 125kg

8. Wol: fijnheid 5 a 4, haarlengte van 10cm bij halfjaarlijks scheren, evenwichtige en natuurlijke wolgroei over het hele lichaam met inbegrip van het hoofd en de benen, gelijkmatig wit van kleur, verspreide zwarte nekharen worden getolereerd (uitzondering voor rammen tot 18 maanden)

9. Bekken, buik en benen: buik van matige grootte, breed en kort bekken, goed gespierde benen

10. Poten: krachtig en goed gestel, wijdbeense positie van de voorpoten, geen X noch O-misvormingen in de poten, gemiddelde enkelhoek, stevige botstructuur

11. Gang: ruim, sterk en met brede passen, niet strompelen of wankelen

12. Staartvlek: Bij de ooien is de staartvlek wenselijk maar niet te groot, bij de rammen wordt geen zwarte verkleuring aan de staart toegestaan

 

Verzorging:

Het is een vruchtbaar schaap dat het hele jaar door lammeren kan geven, echter vooral in de herfst en het voorjaar. De ooien zijn na acht maanden vruchtbaar en kunnen vervolgens het gehele jaar door bronstig worden. De draagtijd is circa 147 dagen.(5 mnd-5dgn)

Bij de geboorte van lammeren is het belangrijk dat het lam binnen een paar uur biest krijgt. Hierbij enkele tips:

  • Direct na de geboorte beide tepels doortrekken (prop verwijderen) voor een goede melkafgifte.

  • Wanneer het lam niet zelfstandig gaat of kan drinken, zet de ooi dan vast waarna je haar makkelijker kunt melken. De verkregen biest kun je dan met de fles aan het lam geven. De eerste twee dagen moet een lam biest krijgen in verband met antistoffen, daarna overgaan op lammerenmelk. Herhaal dit indien het lam na een paar uur nog steeds niet zelfstandig drinkt.  

  • Mochten er problemen zijn met de melkafgifte dan is het absoluut noodzakelijk dat het lam biest krijgt middels ingevroren biest of kubilam.   

Myiasis komt weinig voor. Het is eventueel preventief te behandelen door het aanbrengen van "Clik pour-on". Wat tevens helpt is de wol bij de horens meerdere malen in te korten. Bij uitzonderlijk warm-vochtig weer is het raadzaam om de dieren iedere dag te controleren. Houdt vooral de beschermde plekken in de gaten, zoals de liezen, de staart en de horens. Onrustig gedrag is ook een waarschuwing.

De schapen hebben dagelijks een mineralen emmer tot hun beschikking. Zorg er wel voor dat het uitsluitend mineralen zijn, bestemd voor het schaap.

Dagelijks genieten wij van onze schapen en kijken we of alles in orde is. Daarnaast kun je eventuele problemen voorkomen:

  • Minimaal drie keer per jaar de hoefjes knippen.

  • Afhankelijk van de mogelijkheid van omweiden en de grootte van de percelen, één of twee keer per jaar een mestonderzoek door de dierenarts laten doen. En in overleg met de dierenarts eventueel een wormbehandeling. Geef de schapen een ruime wei, zodat de worm-druk per oppervlakte weiland laag blijft.

  • Één á twee keer per jaar het schaap scheren. Onze voorkeur gaat uit naar 2x per jaar scheren. (eind april en begin augustus)

 

Genetisch ARR/ARR

Onze kudde is ARR/ARR negatief:

De kwaliteit van de ram is belangrijk voor de lammeren die geboren worden. Naast stamboek fokrammen en ooien willen wij dieren die ongevoelig zijn voor scrapie. Scrapie, ook wel schuurziekte genoemd, is een ziekte aan het centraal zenuwstelsel. Het is overigens niet gevaarlijk voor de volksgezondheid.

Deze gevoeligheid is erfelijk bepaald. Vijf genotypes zijn van belang: VRQ, ARQ, ARH, AHQ en ARR. Er zijn 15 combinatie's mogelijk-genotyperingen-. Een schaap met genotypering VRQ/VRQ is het meest gevoelig voor scrapie en een schaap met genotype ARR/ARR is het ongevoeligst. Door te fokken met scrapie-resistente koppels is er zekerheid op scrapie-resistente nakomelingen. Alleen deze dieren komen in aanmerking voor im- of export.

Momenteel zijn 100% van onze schapen maximaal scrapie-resistent. Allen met genotypering ARR/ARR, zodat alle nakomelingen vanzelfsprekend ook deze genotypering erven.

Sinds januari 2020 hebben het SCRAPIE-RESISTENT-CERTIFICAAT voor onze hele kudde.